Beroepspraktijk

Tweede deeltraject

Al op het einde van het eerste jaar kies je welke richting je in je opleiding wilt uitgaan. De sector of het soort van instelling waar je wilt stage lopen, kies je immers zelf. De eigenlijke plaats zoeken wij. Zo hebben we de meeste garanties dat je op een werkplek terechtkomt waar er tijd voor je wordt vrijgemaakt en je ook echt kan leren.

Tijdens het tweede jaar moet je vooral je stage-instelling leren kennen: de structuur, het beleid, de beroepsrol en de taken van de maatschappelijk werker; het cliëntsysteem en de meest voorkomende problemen. Daarnaast werken we aan de ontwikkeling van een hele reeks basisvaardigheden. Die hebben betrekking op luisteren en observeren, het leggen van functionele contacten, het doelgericht voeren van gesprekken met medewerkers, het uitvoeren van eenvoudige opdrachten voor cliënten, het rapporteren (mondeling en schriftelijk) en het functioneren in teamverband.

Derde deeltraject

In het derde jaar willen we dat je tijdens de stage zo snel mogelijk evolueert tot een zelfstandige en vakbekwame beroepskracht. Dat wil zeggen dat deze stage afgestemd is op het uitvoeren en evalueren van taken en handelingen overeenkomstig de beroepsrol in een bepaalde sector van het sociale werkveld.

Doorheen de derdejaarsstage lopen twee lijnen. Allereerst word je zoveel mogelijk ingeschakeld in de dagelijkse activiteiten van je stage. Daarnaast krijg je een stageopdracht. Dit is een in samenspraak tussen de student, stage-instelling en de school bepaald onderwerp of project.

De beroepspraktijk mondt uit in het maken van een eindwerk, dat thematisch afgestemd is op de stageopdracht en een schriftelijke synthese is van de werkpraktijk en de literatuurverwerking er rond.

Professionele Bachelor Sociaal Werk